106 views

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.
1. Zeg: “Het is aan mij geopenbaard dat een groep der djinn heeft


geluisterd (naar de Koran), en zij zeiden: ‘Waarlijk, wij hebben een
wonderbaarlijke verkondiging gehoord!
2. Die tot rechtschapenheid leidt; daarom hebben wij er in geloofd, en
wij zullen stellig niemand met onze Heer vereenzelvigen.
3. En de Majesteit van onze Heer is hoog verheven. Hij heeft noch
echtgenote noch zoon.
4. En voorzeker, de dwaas onder ons placht over Allah leugen te
spreken.
5. Doch wij hadden gemeend dat mensen en djinn nooit een leugen over
Allah zouden uiten.
6. Voorzeker, waren er enige mensen die toevlucht bij sommige djinn
zochten, waardoor zij hun zonden vermeerderden.
7. En zij meenden inderdaad, zoals gij meendet, dat Allah nooit een
boodschapper zou zenden.
8. En wij trachtten de hemel te bespieden en wij vonden deze vol sterke
wachters en vlammen.
9. En voorzeker, wij plachten op enige plaatsen te zitten om de
gesprekken te beluisteren. Maar wie nu luistert, vindt een vlam die op
hem wacht.
10. Wij weten daardoor niet of voor degenen die op aarde zijn, een ramp
wordt bedoeld of dat hun Heer hen op het goede pad wil leiden.
11. Er zijn onder ons die rechtvaardig zijn en er zijn onder ons die
anders zijn en wij volgen verschillende wegen.
12. En wij beseffen dat wij Allah’s (plan) op aarde onmogelijk kunnen
verijdelen, noch kunnen wij Hem door de vlucht ontlopen.
13. En toen wij de leiding hoorden, geloofden wij er in. En hij, die
gelooft in zijn Heer, heeft geen vrees voor verlies of onrecht.
14. En er zijn onder ons Moslims en er zijn onder ons die van de rechte
weg zijn afgeweken. En zij die zich onderwerpen – hebben de rechte weg
gezocht.
15. En zij die van de rechte weg afwijken, zullen brandstof der hel
zijn.’”
16. Indien zij zich aan het rechte pad houden zullen Wij hun water in
overvloed te drinken geven,
17. Om hen daarmee op de proef te stellen. En wie zich van de gedachte
aan zijn Heer afwendt, Hij zal hem een toenemende straf toedienen.
18. En zeg: “Alle bedehuizen behoren aan Allah; roept daarom niemand
naast Allah aan.”
19. En toen de dienaar van Allah opstond om Hem te aanbidden, vielen
zij hem bijna aan.
20. Zeg: “Ik bid alleen tot mijn Heer en ik vereenzelvig niemand met
Hem.”
21. Zeg: “Ik heb (uit mijzelf) geen macht u goed of kwaad te doen.”
22. Zeg: “Voorzeker, niemand kan mij tegen Allah beschermen, noch kan
ik een andere schuilplaats vinden buiten Hem -
23. (Mij is) slechts de verkondiging van Allah’s boodschap opgedragen.”
En voor degenen die Allah en Zijn boodschapper niet gehoorzamen is het
Vuur der hel, waarin zij lange tijd zullen vertoeven,
24. Tot zij de straf zien waarmee zij worden bedreigd, maar dan zullen
zij ook weten wie zwakkere helpers en kleiner aantal heeft.
25. Zeg hun: “Ik weet niet of hetgeen waarmede gij bedreigd wordt nabij
is of wel dat mijn Heer het zal uitstellen voor een lange tijd.”
26. Hij is de Kenner van het onzienlijke en Hij geeft niemand
overvloedig kennis van Zijn geheimen.
27. Behalve hem die Hij als boodschapper kiest. Dan doet Hij een wacht
vóór hem en achter hem gaan,
28. Opdat Hij moge weten dat zij (Zijn boodschappers) de boodschappen
van hun Heer hebben overgebracht. En Hij omvat alles wat met hen is -
en Hij heeft alles berekend.